
Mijn aanpak
Tekenen doe ik eigenlijk al mijn hele leven. Rond mijn twintigste werkte ik als restauratietimmerman en voorman en groeide mijn fascinatie voor monumenten en historische gebouwen. Destijds tekende ik met pen en inkt, aan een tekentafel en nog keurig met linialen, gevelaanzichten van Amsterdamse grachtenpanden.
Door de jaren heen verdween de lineaal steeds meer en maakten de frontale gevelaanzichten plaats voor tekeningen met meer perspectief en omgeving. Na experimenten met aquarel en kleurpotlood ontdekte ik rond 2022/2023 ook het werken met markers.
In de basis teken ik gebouwen die ik ken en vooral ook **begrijp**. Want als je begrijpt hoe een gebouw in elkaar zit, ga je anders kijken. Maar hoe ontstaat zo'n tekening eigenlijk? Aan de hand van mijn tekening van **Marieënweerd aan de Muurhuizen in Amersfoort** laat ik dat in zes stappen zien.
Het onderwerp
Een tekening begint meestal met een beeld dat me aanspreekt of een plek die iets voor me betekent. In Amersfoort zijn dat vaak gebouwen en stadsgezichten die ik tijdens mijn stadswandelingen als stadsgids tegenkom en waar bovendien een verhaal bij hoort.
Heb ik een onderwerp gevonden, dan neem ik de tijd om het gebouw goed te bekijken. Soms maak ik ter plaatse een snelle schets om de compositie te bepalen. Daarnaast maak ik foto's: van het totaalbeeld, maar vooral ook van bijzondere details, verhoudingen en constructies.
Al die informatie neem ik mee naar huis. Daar begint vervolgens het echte tekenwerk.
De contouren opzetten
Thuis begint misschien wel het lastigste gedeelte. Met mijn schetsen en foto's zet ik eerst in potlood de belangrijkste contouren van het gebouw op. Dat is een tijdrovend werkje waarbij het vlakgom regelmatig van pas komt.
Deze fase is voor mij belangrijk. De basisverhoudingen, zichtlijnen en vooral het perspectief moeten kloppen voordat ik met inkt verder kan. Potlood vergeeft een foutje, inkt eigenlijk niet. Iedere lijn die ik met de pen zet, is in principe definitief.
Daarom neem ik voor deze eerste opzet uitgebreid de tijd. Als de constructie eenmaal goed staat, heb ik de basis voor de uiteindelijke tekening.
Van contour naar detail
Dan komt de eerste inkt op papier. Ik begin met het zorgvuldig overnemen van de belangrijkste potloodlijnen en werk vervolgens van buiten naar binnen: eerst de hoofdcontouren en daarna steeds verder naar de details.
Daarbij gebruik ik zeer fijne pennen, meestal met lijndiktes van 0,25, 0,20 en 0,15 millimeter en soms zelfs 0,13 millimeter. Door die verschillende diktes te combineren ontstaat verschil tussen hoofdvorm en detail.
Langzaam wordt het gebouw herkenbaar. Bij deze tekening koos ik ervoor volledig met inkt verder te werken. Dat betekent dat uiteindelijk ook voegen en andere kleine bouwkundige details één voor één worden ingetekend.
Schaduw en sfeer
Als alle details zijn ingetekend, staat er een herkenbaar maar vaak nog wat vlak beeld. De volgende stap is daarom het toevoegen van diepte, licht en schaduw. Daarmee begint een gebouw voor mij pas echt te leven.
Voor de schaduwen gebruik ik tegenwoordig onder andere Pitt Artist Brush Pens van Faber-Castell. Met verschillende grijstinten kan ik accenten aanbrengen zonder dat het karakter van de pentekening verloren gaat.
Ook de lucht hoort daarbij en blijft altijd een spannend onderdeel. Te weinig doet niets, te veel leidt af. Met relatief kleine toevoegingen probeer ik uiteindelijk precies de diepte en sfeer te bereiken die ik voor de tekening voor ogen had.
De laatste hand
Als het geheel staat, bekijk ik de tekening nog één keer kritisch. Soms vraagt een vlak om wat meer contrast, ontbreekt ergens nog een detail of kan een lijn iets sterker. Maar er komt ook een moment waarop je moet besluiten: nu is hij klaar.
Dan volgen nog twee vaste elementen: mijn ondertekening en natuurlijk het kleine vogeltje in de lucht. Dat vogeltje is in de loop van de tijd een herkenningsteken in mijn werk geworden en heeft inmiddels ook zijn plek gekregen in het beeldmerk van "studioindenhaak".
Daarmee is het origineel gereed. Voor een art-print volgt echter nog één belangrijke stap.
Van origineel naar art-print
Een originele tekening laat zich niet zomaar vertalen naar een goede art-print. Sinds ik mijn tekeningen in gelimiteerde oplage aanbied, heeft VdR druk & print mij enorm geholpen om ook dat proces goed onder de knie te krijgen.
Het origineel wordt eerst professioneel gedigitaliseerd. Daarna wordt de scan nauwkeurig bekeken en waar nodig gecorrigeerd, waarna een proefdruk volgt.
Mijn uitgangspunt daarbij is eenvoudig: "de art-print moet nauwelijks van het origineel te onderscheiden zijn" . Dat vraagt om een zorgvuldige afstemming van scan, papier en printer. Pas wanneer lijnwerk, grijstonen en kleuren zo dicht mogelijk bij het origineel komen, is voor mij ook de art-print klaar.
Waarom gelimiteerd?
Mijn originelen weggeven heb ik altijd lastig gevonden. Het resultaat is een kast vol tekeningen en een huis — en vooral mijn werkkamer — waar inmiddels heel wat eigen werk aan de muur hangt.
Af en toe maakte ik wel eens een print voor iemand anders. Tot mijn plezier ontdekte ik dat die vaak een prominente plek kreeg. Ook de eerste echte art-prints die ik liet maken, van Huis Cohen, werden enthousiast ontvangen.
Dat gaf uiteindelijk het zetje om studioindenhaak en deze shop te beginnen. Maar ik wil wel dat mijn art-print iets bijzonders blijft. Daarom wordt iedere tekening uitgebracht in een gelimiteerde oplage van maximaal 25 exemplaren, door mij genummerd en gesigneerd.